Coöperatief ondernemen

Q&A

Waarom organiseren burgers energiecoöperaties?

Er zijn verschillende inhoudelijke redenen om te investeren in hernieuwbare energie.

De klimaatverandering, de eindigheid van alle vormen van fossiele energie, de kostprijs van fossiele energie, … dit zijn allemaal redenen waarom er moet geïnvesteerd worden in hernieuwbare energie. Naast deze inhoudelijke redenen zijn er nog andere en die hebben te maken met het idee van een coöperatieve. Burgers die participeren in een eigen energiecoöperatie gaan bewuster om met energie. Zij hebben een band met de energieprojecten en halen hieruit voldoende motivatie om energiebewuster te leven. Zo ontstaat er een groter draagvlak voor een transitie naar een meer duurzame samenleving. Burgers die participeren in een eigen energiecoöperatie willen medezeggenschap over de investeringen en de stroomprijs. Zo beseffen coöperanten de gevolgen van een hoog dividend voor de stroomprijs. Hierdoor kunnen coöperanten een juiste prijs en beter investeringsbeleid ontwikkelen.

Energiecoöperaties maken ook heel bescheiden investeringen mogelijk. Mensen kunnen een enkel aandeel van pakweg 200 euro kopen en dat zelfs in schijven afbetalen. Op die manier kan je heel veel mensen bij de energietransitie betrekken, én vergroot je het draagvlak voor bijvoorbeeld windmolens die toch vaak gecontesteerd worden: veel mensen hebben er immers niet alleen de lasten van maar ook enige lusten. Burgercoöperaties maken gebruik van het aanwezige kapitaal om dit terug te investeren in de eigen gemeenschap: niet enkel in projecten van hernieuwbare energie, maar ook in projecten ten voordele van de lokale gemeenschap.

In Duitsland wordt de Energiewende echt gezien als een middel om aan lokale waardeschepping te doen: niet alleen omdat het lokaal banen schept, ook het feit dat de opbrengst van kredieten en dividenden op geld van plaatselijke burgers en banken in de regio blijft, wordt daarbij in rekening gebracht. In Duitsland is het ook zo dat de financiële crisis een belangrijke verklaring is voor de golf van energiecoöperaties. Doordat de hoge rendementen die de financiële sector voor de crisis leek te garanderen, nu zijn weggesmolten, worden de bescheidener rendementen van drie of vier procent die de energiecoöperaties bieden, nu als aantrekkelijk ervaren. Door de crisis zijn burgers zich ook meer bewust van het feit dat hun geld vaak in allerlei schimmige producten werd belegd, en is het aantrekkelijker je spaargeld lokaal, transparant en nuttig te kunnen beleggen.

Wat is het verschil tussen rechtstreekse en onrechtstreekse burgerparticipatie?

Vandaag kennen we verschillende soorten coöperaties. Het verschil tussen burgercoöperaties en andere is de band tussen coöperant en de coöperatie. We spreken van rechtstreekse en onrechtstreekse participatie.

Participatie is goed, rechstreekse participatie is nog beter.

In een systeem van rechtstreekse participatie is de coöperatie zelf eigenaar of mede-eigenaar van bijvoorbeeld de windmolen. Dit betekent dat de aandeelhouders via de algemene vergadering het beleid van de coöperatie kunnen sturen. Zij beslissen mee over de winstverdeling, de investeringen, de stroomprijs, de maatschappelijke meerwaarde, … Als de windmolen is afgeschreven, kunnen ze mee genieten van het hogere winstniveau dat de windturbine genereert.

Dit is vaak niet het geval bij onrechtstreekse participatievormen. Bij de onrechtstreekse participatie geven de coöperanten alleen maar een lening aan de werkelijke eigenaar van het windpark. Dat biedt deze coöperanten wel een financieel rendement maar geen zeggenschap. Vaak is de lening afbetaald op het moment de windmolen is afgeschreven, en het rendement fel de hoogte in gaat: op dat moment kunnen deze onrechtstreekse coöperanten niet meer mee genieten van het rendement. Bovendien hebben ze ook geen zeggenschap over het sturing van het bedrijf en kunnen ze niet mee bepalen wat de stroomprijs is, of het winstaandeel. De onrechtstreekse participatie kunnen we het best vergelijken met een financieel product op de markt. Coöperaties die werken met onrechtstreekse participaties, bieden de deelnemers een veel bescheidener vorm van inspraak en betrokkenheid.

EnerGent kiest resoluut voor rechtstreekse burgerparticipatie.

Wat houdt een coöperatief aandeel in?

Een coöperatie bestaat uit de samenwerking tussen de verschillende leden van de coöperatie. Hun lidmaatschap wordt bepaald door het nemen van een aandeel. Dit aandeel garandeert het lid het medezeggenschap over het beleid van de coöperatie. Een aandeel vertegenwoordigt m.a.w. meer dan de nominale waarde: De aandelen behouden hun nominale waarde. Elke aandeelhouder heeft, ongeacht het aantal aandelen, één stem.

Het financiële rendement of jaarlijkse dividend van een erkende coöperatie mag niet hoger zijn dan zes procent, zoals het vastgelegd is door de Nationale Raad voor Coöperaties.

Wie een aandeel koopt, verbindt er zich in principe toe om dit aandeel voor een periode van vijf jaar aan te houden. Dit om speculatie te vermijden en tevens om een stevig kapitaal te behouden.

In geval van winst is het de algemene vergadering die de hoogte van het dividend bepaalt. De vergadering kan ook beslissen om een deel van de opbrengst te investeren in de gemeenschap (buurtlokaal, culturele sector, korting energieprijzen) – zodat winst terugvloeit naar het lokale niveau. 

Fiscaal: bij een erkende CVBA is het dividend tot 190 euro belastingsvrij.

Hoe werkt een coöperatie?

Een cvba werkt bijna als een bvba, met dit verschil: het kapitaal kan op elk moment verhogen. Daardoor is het steeds mogelijk om aandelen te kopen van een coöperatie zonder dat er een ingewikkelde procedure met notaris aan te pas komt. Door dit systeem van eenvoudige kapitaalsverhogingen is de toegang tot een coöperatie laagdrempelig.

Een coöperatie wordt beheerd door een algemene vergadering van aandeelhouders en een raad van bestuur gekozen door de algemene vergadering. De meeste coöperaties werken met een systeem van beperkt aantal stemmen per aandeelhouder. Dat bevordert de daadwerkelijke participatie van allen in de coöperatie.

EnerGent werkt volgens het principe : één aandeelhouder heeft, ongeacht het aantal aandelen, één stem op de algemene vergadering

Wat zijn de 7 ICA-principes?

Coöperaties die voortvloeien uit een maatschappelijke beweging of project, zijn te herkennen aan een aantal gemeenschappelijke waarden. Deze zijn geformuleerd als de 7 ICA-principes (International Co-operative Alliance). Ze vormen de leidraad voor het oprichten van een burgercoöperatie:

1. Open en vrijwillig lidmaatschap 
Coöperaties zijn gebaseerd op vrijwilligheid. Ze staan open voor iedereen die gebruik kan maken van hun diensten en die verantwoordelijkheid als lid wil opnemen – zonder enige discriminatie op basis van gender, sociale afkomst, ras, politieke voorkeur of religie.

2. Democratische controle door de leden
Coöperaties zijn democratische organisaties die door hun leden worden gecontroleerd. De leden participeren actief in het uitstippelen van het beleid en in het nemen van beslissingen. Wie een verkozen mandaat krijgt, verantwoordt zich tegenover de leden. In coöperaties van het eerste niveau is er een gelijk stemrecht, volgens het principe: één lid, één stem. Ook coöperaties van andere niveaus zijn democratisch georganiseerd.

3. Economische participatie van de leden
Leden dragen op een billijke manier bij tot het kapitaal van hun coöperatie en ze hebben er democratische controle over. Gewoonlijk is ten minste een deel van het kapitaal de gemeenschappelijke eigendom van de coöperatie. Als de leden een compensatie ontvangen voor het kapitaal dat ze als lid inbrengen, dan is dit een bescheiden compensatie. De meerwaarde wordt toegewezen aan alle of een deel van de volgende doelen: de ontwikkeling van de coöperatie, bv. door de opbouw van reserves waarvan ten minste een deel ondeelbaar is; restorno’s aan leden in verhouding tot hun transacties met hun coöperatie; het ondersteunen van andere activiteiten, goedgekeurd door de leden.

4. Autonomie en onafhankelijkheid
Coöperaties zijn autonome, zelfredzame organisaties onder toezicht van de leden. Als ze overeenkomsten aangaan met andere organisaties en/of met overheden, of als ze extern kapitaal aantrekken, doen ze dat op zo’n manier dat de democratische controle van de leden en de autonomie van de coöperatie gewaarborgd is.

5. Onderwijs, vorming en informatieverstrekking
Coöperaties voorzien in onderwijs en vorming voor leden, bestuurders, directie en werknemers, zodat zij werkelijk kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van hun coöperatie. Zij informeren het grote publiek – vooral jonge mensen en opiniemakers – over de aard en de voordelen van coöperatief ondernemen.

6. Samenwerking tussen coöperaties
Door samen te werken in lokale, regionale, nationale en internationale structuren, versterken coöperaties de coöperatieve beweging en bieden ze doeltreffende dienstverlening aan hun leden.

7. Engagement voor de gemeenschap
Coöperaties dragen bij tot de duurzame ontwikkeling van de samenleving in een kader dat gedragen is door hun leden.
 

Meer info over ICA : http://ica.coop/