EnerGent spreekt zich uit over een uniek windpark

Perstekst vanwege EnerGent – 2 oktober 2013


Wat vooraf ging.  

We hebben de pers dit voorjaar een eerste keer bijeen geroepen om te melden dat we begonnen waren aan de lange weg naar een Gentse energiecoöperatie EnerGent. Sindsdien hebben we hard gewerkt aan onze statuten die min of meer af zijn. Die maken duidelijk dat EnerGent gaat voor energieproductie, en energiebesparing en daarbij zoveel mogelijk mensen wil betrekken, ook mensen met een bescheiden inkomen. Momenteel zijn we een coöperatie in oprichting. We plannen om in december effectief de statuten neer te leggen en dan formeel ook als coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (CVBA) te bestaan. We zullen u bij die gelegenheid nog eens uitnodigen met een voorstelling van onze raad van bestuur, onze adviesraad en een nauwkeuriger bespreking van waar EnerGent heen wil.

De vorige persconferentie kwam er vooral omdat we toen actie voerden om de kansen voor burgercoöperaties om aan windprojecten deel te nemen, te vergroten. Meer bepaald hebben we er toen op gewezen dat de provincie Oost-Vlaanderen werkte aan een voorstel om tien procent van alle windparken in de provincie verplicht open te stellen voor investering door burgercoöperaties en nog eens tien procent voor lokale besturen. Bedoeling van het provinciale initiatief was om de steun bij de bevolking voor windmolens te vergroten. Meestal komt een ontwikkelaar windmolens ergens neerpoten, hij incasseert het rendement – acht procent, gegarandeerd door de overheid – en de lasten zijn voor de omwonenden. Die manier van werken is niet bevorderlijk voor de populariteit van de windmolens. De provincie wil het rendement beter spreiden, ook bij de omwonenden, om zo een beter draagvlak voor windenergie te verzekeren.

We hebben in maart en april actie gevoerd om het provinciale initiatief te ondersteunen. Met een petitie op onze site hebben we op korte tijd meer dan 5500 handtekeningen verzameld. We organiseerden ook de filmopname van een levende windmolen – een molen die bestaat uit mensen. Dat is een beeld dat blijkbaar aanspreekt want het krijgt navolging tot in Spanje.

Ondertussen is het voorstel voor tien procent burgerparticipatie in de provincieraad goedgekeurd. Wij vonden dat, samen met andere coöperaties een goede zaak, maar vonden tien procent wat weinig. En pleiten daarom voor vijftig procent. Waarom zou de door de staat gegarandeerde winst – betaald met groene stroomcertificaten die alle consumenten via hun stroomrekening betalen - alleen naar een paar bedrijven en hun aandeelhouders gaan? 
 

Unieke kans in Gent

Een van onze twee boodschappen vandaag is dat er in Gent kansen liggen om meer dan die tien procent voor burgercoöperaties te realiseren. In het gebied ten zuiden van de Gent dat de provincie heeft aangeduid voor windturbines – laat ons dat gebied voor het gemak de klaverbladzone noemen omdat het om en bij het klaverblad van Zwijnaarde ligt - bevinden zich immers nog stukken grond waarop wellicht geen rechten van opstal zijn toegekend aan de traditionele ontwikkelaars. En dat is in Vlaanderen stilaan heel uitzonderlijk omdat de grote ontwikkelaars heel het grondgebied uitkammen om er met Jan en Klein Pierke contracten voor rechten van opstal af te sluiten. Dat is in de klaverbladzone niet geval: er zijn nog gebieden vrij. Het betekent dus dat een coöperatie van Gentenaren mee aan zet zou kunnen komen om windturbines te ontwikkelen.

Het gaat bovendien om stukken grond waar stedelijke, provinciale en Vlaamse overheden een belangrijke stem in hebben. Dat stemt ons hoopvol want het Gentse bestuursakkoord zegt in puntje 2.29 dat ze de Gentenaren aanmoedigen om te participeren in coöperatieve vennootschappen rond de opwekking van energie door windmolens. Ook op andere niveau’s groeit steun voor meer burgerparticipatie in windmolens. Vorige week zat ik in een meeting met Vlaamse parlementairen van N-VA, CD&V, SP-A en Groen die dit thema volgen en ik vernam er dat ook zij veel vragen hebben over de zogenaamde windrush, en het feit dat het hele Vlaamse grondgebied wordt bezet door enkele spelers. En dat als burgers zelf van beneden af iets willen opzetten, dat daar gewoon geen ruimte meer voor is. Een voorbeeldje. De burgemeester van Heusden-Zolder, Sonja Claes, vertelde dat ze samen met haar burgers een lokale energiecoöperatie wilde oprichten om zo hun eigen windmolen bouwen maar dat ze voor het blok stond: er was niks meer mogelijk want alle grond was al ingepikt door de ontwikkelaars.

Dat is in de klaverbladzone dus niet het geval. Wij hopen dat de politiek, en in de eerste plaats de Gentse politiek, alles uit de kast zal halen om deze unieke kans om haar burgers voluit mee te laten participeren in dit windpark te baat zal nemen. Een Gentse energiecoöperatie kan dit park ontwikkelen. Het kan een iconisch project worden: wie Gent binnenrijdt, of voorbijrijdt, zal de windmolens van de Gentenaren zien staan wieken.  Het kan de verhouding van de Gentenaren tot wat energie en energieproductie is veranderen. Dit is ónze energie. 
 

Betrek de burgers

Een voorwaarde daartoe is – en dat is meteen onze tweede boodschap – dat de inrichting van het windpark best zoveel mogelijk van beneden af georganiseerd wordt. Dat is iets wat EnerGent de voorbije maanden ook geleerd heeft: de manier waarop de inrichting van windparken nu wordt georganiseerd, leidt tot veel ongerustheid bij de omwonenden. EnerGent werd gecontacteerd door mensen uit de omgeving van Steenakker-Nieuw Gent die zich ongerust maken over het komende windpark en meer bepaald de onduidelijkheid over waar de windmolens uiteindelijk zullen komen.
 

Bart Deceukelier uit de wijk Nieuw Gent geeft de kijk vanuit hun wijk

Inderdaad, wij kwamen in mei te vernemen dat er een windpark ten zuiden van Gent zou komen. En op de kaartjes die de provincie op haar infosessie toen toonde bleek dat mogelijks op de CocaColasite, op 240 meter van onze woningen, een windmolen van 150 meter hoogte kan komen. Bon, we zijn met een groep van mensen in onze buurt echt wel gewonnen voor hernieuwbare energie en windturbines meer in het bijzonder, maar we mogen niet blind zijn voor de hinder die dergelijke turbines voor de woonomgeving kunnen hebben.  De manier waarop deze turbines nu worden gepland, vinden we niet kunnen. We tasten in het donker over welk bedrijf waar welke turbines wil bouwen. Als de provincie, eind dit jaar, het Ruimtelijk Uitvoeringsplan zal vastleggen, kan een ontwikkelaar een bouwaanvraag indienen en valt er eigenlijk niks meer te overleggen of te plannen. Het enige wat je dan nog kan doen is een bezwaar aantekenen of in beroep gaan. Voor de aanleg van een parkje worden tegenwoordig de buurtbewoners overvloedig geconsulteerd, maar voor de bouw van tien grote windturbines is er amper overleg en dialoog.

Om die reden hebben wij meer vertrouwen in de aanpak van EnerGent dat meteen heeft laten voelen dat ze onze ongerustheid begrijpen en bereid zijn desnoods minder windmolens te bouwen om windkracht op mensenmaat te krijgen. Als mensen voelen dat het ook hun molens zijn – en dat de lasten en de lusten eerlijk verdeeld worden – ervaren ze zo’n windproject ook anders. Als de ontwikkelaar een organisatie is waar je een band mee hebt, waar je iets te vertellen hebt, dan kan dit een pak overlast en ergernis voorkomen.

Dit is een windpark vlakbij het stedelijk gebied en dat maakt het redelijk uniek. Wij hebben geprobeerd met een simulatie een beeld te geven van wat het windpark in zijn meest extreme vorm zou gaan betekenen. Wij doen dat niet om angst in te boezemen en om ons af te zetten tegen windenergie. Maar om aan te geven hoe belangrijk overleg in zo’n geval is. Als je wil dat daar steun voor is, moet je de bevolking daarbij betrekken van in een vroeg stadium. Dat is nu niet gebeurd. In sommige delen zijn wellicht al rechten van opstal – de provincie zelf zegt daar nog steeds geen helder zicht op te hebben – en als het RUP is goedgekeurd kan het snel gaan. Als je wil dat er steun is voor windturbines, moet je participatief werken, zeker nabij een stad.  En soms is overleg uiteindelijk zelfs de manier om het snelst vooruit te gaan zoals blijkt uit het Oosterweeldossier.
 

EnerGent: participatie van begin tot einde

Uiteindelijk is het ook de zorg om een gebrek aan steun bij de bevolking die de provincie ertoe heeft gebracht om ernaar te streven dat burgers via een eigen lokale coöperatie minstens tien procent van een windpark moeten kunnen bezitten. Maar naast die financiële participatie er is ook participatie – in de vorm van overleg en inspraak - tijdens de hele procedure.  Ook dat moet verbeterd worden. EnerGent staat niet alleen met die vraag. Het  transitienetwerk van het middenveld met daarin onder meer vertegenwoordigers van de Bond Beter Leefmilieu, het ACV, het ABVV, een aantal culturele organisaties, de UGent en de KU-Leuven vraagt om voortaan de toekenning van vergunningen voor windturbines ook afhankelijk te maken van het realiseren van een echt overlegproces met omwonenden en van het mogelijk maken van rechtstreekse burgerparticipatie. Het netwerk heeft deze zorg ook over gebracht aan een groep geïnteresseerde Vlaamse parlementariërs die zegden deze zorg te delen.

EnerGent is een vereniging van burgers. Als burgervereniging vinden we het maar normaal dat je rekening houdt met burgers: zo’n windpark schep je in overleg met de burgers. En als dat betekent dat je een of meerdere windturbines moet schrappen om het leefbaar te houden, dan is dat maar zo.

Als de stad Gent een nieuwe tramlijn of een park aanlegt, wordt daarover overlegd met omwonenden allerhande. Dat is een heel andere aanpak. In een stad als Gent is het actief betrekken van burgers van bij de aanvang van een project heel gewoon. We hebben begrepen dat de Gentse schepen van energie er wil voor ijveren dat er ook in dit dossier naar de stem van de burgers zal worden geluisterd. Hoe dan ook, hoewel het op die niveau’s ongetwijfeld moeilijker te realiseren is dan in een stad, is een meer participatieve aanpak is ook op provinciaal en Vlaams niveau wenselijk.

Voor meer info: John Vandaele, 0473 766 755